In memoriam

Myn pake oan ’t wurd

Geplaatst op Geupdate op

Myn pake hie in protte sprekwurden en siswizen yn syn holle.
Mijn grootvader had heel wat spreekwoorden en gezegden paraat. 

haring eten

  • Wa komt is wolkom en wa net komt ek? Nee, dy bliuwe der mar, sei myn beppe dan.
    • Wie komt is welkom en wie niet komt ook! Nee, die blijven maar weg, zei mijn beppe dan.
  • Heale bakjes kofje ha wy net. We rekkenje hjir leaver per liif fol.
    • Halve bakjes koffie hebben we niet. Wij rekenen liever per vol lijf.
  • Yn alle gefallen is it net mooglik in neakene boer yn ‘e bûse te skieten.
    • Hoe dan ook is het niet mogelijk om een naakte boer in zijn broekzak te schijten.
  • As buorman boer de sleat net hekkelje wol, dan moatte se him de kont tarje.
    • Als je buurman de sloot niet wil hekkelen, dan moeten ze zijn kont teren.
  • Se, wa binne dat?
    • Ze, wie zijn dat?
  • Alle lytse bietsjes helpe, sei de boer, en hy skiet op syn eigen lân.
    • Alle beetjes helpen, sprak de boer, en hij scheet op zijn eigen land.
  • Mar gjin earmoed, dan de geit mar fuort.
    • Geen armoede, dan de geit weg!
  • As it brij reint, dan leit myn bued (Sint Nieksters foar board of panne) op ‘e kop.
    • Als het pap regent, dan ligt mij bord op zijn kop.
  • “As jo de sleat dimpe wolle, moatte jo soks net earst oan de kikkerts freegje.”
    • Als je de sloot wil dempen, moet je dat niet eerst overleggen met de kikkers.

Opgetekend door Harry Bouwhuis (overleden op 19 april 2019)

 

 

Een restje Poema

Geplaatst op Geupdate op

Poema op de bank

Met mijn stofzuiger in de aanslag
het vlakke hulpstukje op de stofzuigermond geduwd,
nam ik de bank onderhanden.

Systematisch zuig ik van boven naar onderen,
verplaats de kussens
door ze een voor een op te schuiven.

Plotseling zuig ik een snorhaar de stofzuiger in.
Een restje Poema, onze trouwe pas overleden poes.
Hoeveel poes blijft er nog over in ons huis.

Ik mis haar.

Gedichtendag | 30 januari 2020

Geplaatst op Geupdate op

SCP020-12-Gedichtendag-1

Poëzie verrast en verwondert, een gedicht raakt het hart en geeft kleur aan de dag.

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water

 

Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water
en dronk daarna te veel in de woestijn.
Dat was het einde, het begin kwam later.
Soms kort de tijd de afstand tot die pijn,
maar dan kan ik in treurnis vrolijk zijn,
zoals in ’t najaar ’t voorjaar herbegint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik stel geen prijs op wat wordt aangeprezen,
ik stel mij pas echt open als ik dicht,
hoe meer ik lees, hoe meer ik nog moet lezen,
al wat ik nader raakt steeds meer uit zicht,
hoe dichterbij, hoe verder weg het ligt,
ik zoek altijd wat anders dan ik vind,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Ik kan niet ernstig zijn dan door te spelen,
ik spreek de waarheid als ik me vergis,
niet bang alleen, maar eenzaam tussen velen,
vol doodsgedachten als er bruiloft is,
vol levensvreugde bij een dodenmis
en een verliezer ziende in wie wint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Prins, wat ik dicht, is als een oud verhaal,
dat nieuwer wordt, hoe meer ik het herhaal.
Ik ben de man die nooit iets nieuws verzint,
bij ’t ouder worden jonger dan als kind.

Willem Wilmink
Uit: Mijn Middeleeuwen
Amsterdam: Bert Bakker, 1998.

In ‘Mijn middeleeuwen’ schrijft Wilmink over het gastenboek van Charles d’ Orléans.
Bezoekers moesten een ballade schrijven met de beginregel ‘Ik stierf van dorst in ’t zicht van stromend water’. Daarna moesten nog meer van zulke tegengestelde regels komen. Dit is de ‘eigen’ versie van Wilmink.

in de man zit nog een jongen

 

I.M. Jules Deelder

Geplaatst op

de ruimte die je inneemt - jules deelder

‘Je bent overal
in de ruimte
die je inneemt’

Justus Anton (Jules) Deelder, vaak ook publicerend onder de naam J.A. Deelder (Rotterdam, 24 november 1944 – aldaar, 19 december 2019) was een Nederlandse dichter, voordrachtskunstenaar of performer en schrijver.

Stervenspad | Gedichten

Geplaatst op

afscheid

I
Niemand kent de weg van het stervenspad
Stukje ervan misschien
Het helpt deze te delen
Maar de weg moet jezelf gaan

II
Op de gang luiden vogeltjes de lente in
Binnen, op zijn kamer,
Ontworsteld het leven zich aan zijn mensenlijf
Zijn lente wordt hemels. 

VII
Mijn moeder stond aan mijn wieg
En het is mijn moeder die nu op mij wacht
Nog een stap te gaan
En we zijn weer samen een.

IV
Het leven woont in hem
En doet wat het moet doen
Hij klimt omhoog en vangt een glimp op
Van wat komen gaat|
Het is geen vurig verlangen
Maar een gekoesterde wens.

V
Mijn ziel dwarrelt boven mijn
Door het bestaan geteisterde lijf
Nog even en het leven laat mij los|
Zodat ik op kan klimmen
Naar mijn zielsverwanten. 

VI
Waar laat ik mijn lijf
Dat mij zolang heeft gedragen
Waar vind ik rust
Zonder mijn aardse huis
Op het stervenspad
Bepaalt het leven het tempo
En de ziel de bestemming. 

VII
Sterven is meedogenloos
En laat zich niet mis lijden
Zielsrust is mij gegund
Pas nadat het leven is geweken.

veer

Verlies van een kind

Geplaatst op

verlies

de dood van je kind
verdriet kent geen eind, geen plek
in jou leeft zij voort

Mijn woorden | Harry Bouwhuis

Geplaatst op Geupdate op

Mijn woorden

Wandelend langs de zee
heb ik in ’t zand geschreven
nam de wind de woorden mee
zijn ze met eb weggedreven

De wijsheid die ik schenk
wat is er van waarde
het nut van dat ik denk
water, vuur, lucht en aarde

De ritmisch zwaaiende lamp
van de vuurtoren ginder
de wijsheid is slechts damp
voor de eerlijke vinder

Starend over het wijde land
wetend wind voor of tegen
houd je humeur in stand
blijf lachen in de regen.

Harry Bouwhuis Ω | Dichter
Bundel | Dichten onder de regenboog

I.M. Harry Bouwhuis

Geplaatst op Geupdate op

Overlijdensbericht Harry Bouwhuis

Mijn broer Harry Bouwhuis (68) is op Goede Vrijdag vredig in zijn slaap overleden. Harry was een man die altijd naast je kwam staan en de verbondenheid zocht.

stilte

Heb in godsnaam verdriet!

Geplaatst op Geupdate op

veer

‘Heb in godsnaam verdriet!’

Femke van der Laan
Over het leven zonder Eberhard en rouwen om een geliefde.