(Zeer) Kort Verhaal

Het is wat het is

Geplaatst op Geupdate op

Zal toch wel een jaartje of veertien geweest zijn. Ik rookte al shag. Drum, op precies te zijn. Ik haalde de shag uit de vitrine die achter de bar stond in het café van mijn ouders. Zij wisten niet van mijn roken. Misschien hadden ze een vermoeden. Zou kunnen. Daar hield ik mij totaal niet mee bezig. Ik ging mijn eigen gang. Op een doordeweekse dag vertrokken we naar Sassenheim om een zus van mijn vader te bezoeken. Wij, mijn ouders en de drie jongste kinderen, waarvan ik de middelste ben. De oudste kinderen, drie in getal, bleven thuis of deden hun eigen ding.

Voor ons was Sassenheim vanuit Friesland, een lange reis. We reden met de Opel Kaptein, een auto uit onze taxistal die mijn vader annex het hotel, restaurant en café bestierde. De statige zwarte auto met een witte bies in de banden, werd gebruikt voor rouw- en trouwritjes, ziekenvervoer en losse ritjes om bijvoorbeeld dronken cafégasten naar huis te rijden. De achterbank was groot genoeg voor mijn zus, zusje en mijzelf. Mijn moeder zat voorin, naast mijn vader. Naar Amerikaans ontwerp, had de auto een voorbank en was het gebruik van veiligheidsriemen nog niet ingevoerd. Zo’n bank nodigt je uit om lekker tegen elkaar aan te kruipen. Maar daar waren mijn ouders niet van. Van elkaar aan kruipen moesten ze überhaupt niks hebben. Dat ze zes kinderen hadden gekregen mag een wonder worden genoemd.

Opel Kaptein

Mijn tante Mia was getrouwd met oom Lieuwe, een broer van mijn vader. Ze werd al vroeg weduwvrouw en bleef achter met een stuk of vijf kinderen. Voor mij allemaal onbekenden evenals mijn tante Mia. Naar mijn oom Lieuwe ben ik vernoemd. Hij overleed ruim voor ik geboren werd. Dus hem heb ik nooit gekend.

Op de hoedenplank, lag een in papier gewikkelde fles limonade van een drankenhandel aan de Nieuwburen in Lemmer. Een broer en zijn twee zusters, ook wel ‘de Weeskes’ genoemd, dreven de drankenhandel. We reden over de Afsluitdijk naar Sassenheim. Het was behoorlijk mistig en het verkeer had hier duidelijk hinder van. De snelheid ging naar beneden en mijn moeder maande ons tot stilte zodat vader zich concentreren. We kwamen om een ons onduidelijke reden stil te staan. Mijn vader hield een behoorlijke afstand van de auto voor ons. Terwijl we geen idee hadden waarom het verkeer stil stond en wij maar wat in de mist zaten te staren, vloog een lijnbus op de achterste auto van de stilstaande file. De bus had de auto kennelijk geschampt want hij stoof ons even na de klap voorbij. De klap was enorm. Mijn vader kon de auto op tijd tot stilstand krijgen om een botsing met de voorligger te voorkomen. Maar de auto achter ons had zich inmiddels in de Opel Kaptein geboord.

Mijn zusjes bleven verschrikt in de auto zitten. Mijn vader en ik stapten resoluut naar buiten om de schade op te nemen. Plotseling begonnen mijn zusjes te huilen. De fles limonade was om onduidelijke redenen kapotgegaan. De stroop liep over de bekleding van de hoedenplank en de achterbank. De donkerrode limonade deed hen de schrik om het hart slaan. Mijn vader, de altijd zo beheerste man, vloekte het hoogste vloekwoord.

Een paar auto’s achter ons was een Volkswagen Kever bekneld geraakt tussen zijn voorligger en de auto achter hem. De bestuurder zat klem achter zijn stuur en maakte vreemde geluiden. Ik begon aan de deur te trekken om deze te openen. Maar tevergeefs. Samen met de omstanders sloeg ik op de ruiten om deze te breken en in de hoop alsnog de deur van binnenuit te kunnen openen. Maar wat we ook ondernamen, de ruiten hielden stand. Helemaal hyper stond ik daar te stuiteren van onmacht. Het eerste wat in mij opkwam was het draaien van een sigaret van mijn heimelijk meegenomen buidel shag.

Ik weet mij niets meer te herinneren van die dag. Of we nog naar Sassenheim zijn gereden of niet? Wel weet ik dat er geen woord meer over gesproken is. Over het ongeval niet en ook niet over mijn rookgedrag. Erover praten zou zeker geholpen hebben een en ander een plek te geven. Maar waarom erover praten als je er toch niets meer aan kunt veranderen. Het verstand was kennelijk aan het woord. De berekening, de angst, de trots, de voorzichtigheid en de ervaring kleineerden alle aandacht voor elkaar. Het was kennelijk wat het was. Ik trok mijn conclusie: ‘Ik weet en blijf wie ik ben. Ik deal er mee’.

Later las ik in de krant dat er een dode was gevallen tijdens de kettingbotsing die had plaatsgevonden op de Afsluitdijk die dag. Ook werd duidelijk dat er enkele honderden meters voor ons er tevens een kettingbotsing had plaatsgevonden. Ik ben niet lang daarna een EHBO-cursus gaan volgen en verleende vervolgens vrijwillig medewerking aan EHBO-oefeningen als Lotus slachtoffer. Ik was de jongste deelnemer ooit.

enso-vierkant

Gedicht ‘Het is wat het is’ over de liefde van de Oostenrijkse dichter Erich Fried (1921-1988), in een vertaling van Remco Campert.

Het is wat het is

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is ongeluk
zegt de berekening
Het is alleen maar verdriet
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnigheid
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Geachte Erica Terpstra

Geplaatst op Geupdate op

Het was lange tijd één van de pijlers van Tijd voor Twee: de Tweespraak. Elke werkdag een nieuwe opgave, elke dag weer creatieve, humoristische en soms indrukwekkende reacties van de radio 2 luisteraars. De nummer twee van het eindklassement, immers het programma heette niet voor niks Tijd voor Twee, kreeg een bordje.

tweespraak-002

Ik was eraan verslaafd. Eerst speelde ik het spel samen met mijn zoontje. Dat waren zeker niet de beste inzendingen. Later ging het beter en werd ik fanatieker. Ik werd zelfs een keer 4e in het landelijke klassement. Na 6.5 jaar stopte Frits Spits het programma en kwam er ook een einde aan de tweespraak.

Afgelopen zondag zag ik een interview met u en ik begreep uit het verhaal en de beelden dat u een enorme come-back heeft gemaakt na een lange periode van tegenslagen. Ik moest onmiddellijk aan mijn tweespraak denken die geheel aan u was gewijd.

Ik was onderweg naar een afspraak en luisterde naar de radio. De tweespraak werd bekend gemaakt en ik sloeg aan het denken. Aangekomen op de plaats van bestemming schoot mij iets te binnen. Ik had weinig tijd meer dus stuurde ik mijn inzending nog snel in.

’s Avonds thuisgekomen en na alle huishoudelijke bezigheden een plek gevonden te hebben op de bank, zocht ik op het internet nog even het eindklassement van de tweespraak op. Tot mijn verrassing was ik eerste geworden. Geen bordje, maar eerste! Op al mijn klassementsplaatsen, en dat zijn er nogal wat geweest, en de acht bordjes die ik in de wacht heb gesleept, ben ik het meest trots op deze eerste plek. Want, zo stelde ik mij voor, heb ik u destijds misschien wel een glimlach op uw gezicht getoverd met mijn inzending. En dat is wat ik het liefst zou willen. Want ik ben een groot bewonderaar van u.

Uit het Tweespraak Archief | Dinsdag 18 mei 2010

De altijd enthousiaste Erica Terpstra neemt vandaag afscheid als voorzitter van de sportkoepel NOCNSF.  Ze was daar zeven jaar lang het boegbeeld van de Nederlandse sport. Altijd was ze te vinden bij grote sportevenementen waar ze de Nederlandse sporters uit volle borst toejuichte. Ze wordt opgevolgd door André Bolhuis, voormalig preses van de Nederlandse hockeybond. We kunnen Erica Terpstra binnenkort nog wel zien juichen en de Oranjespelers aanmoedigen op de tribune tijdens het WK voetbal in Zuid-Afrika. Daarna trekt ze zich terug uit de sport.

“Twee kanjers nemen afscheid van Erica Terpstra als voorzitter van NOCNSF. Zegt de een tegen de ander…”

  1. Zo’n drijvende kracht krijgen we nooit meer.

 

Neem een geit

Geplaatst op Geupdate op

Er gaat een Joods verhaal over een rebbe in een Oost-Europese stad. Een arme schoenmaker kwam dagelijks klagen over de erbarmelijke omstandigheden waarin hij moest leven. ‘Rebbe, het is geen doen, mij vrouw en ik en onze twaalf kinderen in slechts één kamer, ik houd het niet langer uit!’

De rebbe werd het gejammer zat. Op een dag zei hij tegen de schoenmaker: ‘Neem een geit.’ ‘Een geit? Maar rebbe, dat is onmogelijk! Zo’n beest kan er niet bij, het stinkt en vreet overal aan.’ De rebbe hield streng vol en de schoenmaker deed wat hem werd opgedragen. Het gejammer van de schoenmaker werd elke dag erger. Hij wist zich geen raad. ‘Rebbe, dit is geen doen, die geit poept waar ze staat, het stinkt verschrikkelijk in ons huis, mijn vrouw wordt radeloos…’ Na veertien dagen zei de rebbe tegen de schoenmaker: ‘Doe die geit weg.’

een geit in huis

De schoenmaker wist niet hoe snel hij het bevel van de rebbe moest opvolgen. De volgende morgen klopte hij bij de rebbe aan: ‘Oh rebbe, wat een zaligheid! Mijn vrouw en ik en onze twaalf kinderen, heerlijk is het in huis.’

een geit als last

Tja, mocht je denken dat dit niet over jou gaat dan heb je het mis. We hebben allemaal ongemerkt een geit in huis gehaald. Iets waar je ooit mee begonnen bent en maar niet mee kunt stoppen. Een geit die eens een oplossing bood en vervolgens een eigen leven is gaan leiden en de regie over je leven is gaan bepalen. Denk daarbij aan roken, drinken, gokken, contacten, kroegbezoek enz. enz. ‘Doe die geit weg, en je zult zien dat er een nieuwe horizon gaat gloren, je weer tijd krijgt, en plezier en geluk weer terugkomt in je leven.

Album hoes | Larrainville

Geplaatst op Geupdate op

Lorrainville-albumcover

Lorrainville is een Nederlandse band, met onder meer muzikant Erik Nijmeijer, die begin 2011 is ontstaan nadat producer Guido Aalbers op Facebook het online spel “Make your own album cover” speelde.

De naam van de band werd gevonden op Wikipedia, de naam van het album komt van quotationspage.com en een hoes werd gevonden op Flickr.

Een van deze zelfontworpen albumhoezen was Lorrainville, ontworpen door producer Guido Aalbers. Hij besloot er een echte band van te maken. Voor een niet bestaande band en het niet bestaande album “You May Never Know What Happiness Is” meldden zich in een paar uur tijd bevriende muzikanten en andere creatievelingen aan om het album daadwerkelijk te maken.

De plaat is geen commercieel project. Iedereen werkt mee voor zijn eigen plezier/uitdaging. Het album wordt geen verzamelalbum. De hoes wordt gebruikt als inspiratiebron. “You May Never Know What Happiness Is” wordt een melancholische singer/songwriter-plaat met invloeden van Americana met als referenties het rustigere werk van Ryan Adams, Elliott Smith en Ray LaMontagne.

Eén van de muzikanten is Peter Slager, de bassist van BLØF. Ook Bertolf en Anneke van Giersbergen (The Gathering) hebben aan het album meegewerkt.

Het album werd op 25 november 2011 uitgebracht. Lorrainville was winnaar van de speciale jury prijs bij Edison Pop 2013.

Buiten beeld

Geplaatst op Geupdate op

buiten-beeld

Hé daar heb je hem ook weer. Terug van weggeweest lijkt het wel. Maar dat klopt natuurlijk niet, hij is er gewoon al die tijd gewoon geweest. Hij was even niet in mijn beeld. Ik heb hem dus een tijd niet gezien. Maar hij was er wel! Wereldvreemd als ik ben denk ik dat als ik iemand een tijdje niet zie, hij ook daadwerkelijk ophoudt van bestaan. Net als in het kiekeboespel wat ik met mijn kinderen speelde. Als je achter de handdoek was verdwenen, bestond je gewoon niet meer. Tot je met een grote glimlach en een luide kreet te voorschijn kwam. De verwondering, er is niks mooiers.

En nu is hij er weer. Op de TV. Als opa van Gerrit in de musical Ja zuster, nee zuster, Siemen de postbode. ‘Nee, ik kan niet. Ik moet werken, daarom’. Wat een flaporen heeft ie. Het is een soort handelsmerk. Zou ik niet moeten doen, mij zo focussen op uiterlijk. Ik weet niet eens hoe hij echt heet. Voor hem misschien maar een geluk. Zo kan hij zijn rol los laten en toch nog een naam hebben en zijn wie hij is.

Ik zelf zit midden in mijn midlifecrisis en worstel met alle rollen die ik speel. Rollen die mij helpen, me verder te brengen, mij moed geven, een alibi of een harnas. En nu moet ik leren mijn rollen los te laten, geen naam meer te hebben en te zijn wie ik ben. De rollen te laten versmelten tot één. Moeilijk hoor, want ik speel wat rollen.

Pleaser, amuser, entertainer, betweter, enthousiasmeur, optimist, alles behalve fanatiek, zeg maar van nature lui, maar vooral een selfkicker. Je weet wel zo iemand als Johnny the Selfkicker. De man die met een onwaarschijnlijke grenzenloosheid het leven probeerde terug te brengen naar zijn oorsprong: als je er bent, ben je er en ben je wie je bent. En dat is een kunst.

Als kunstenaar was Johnny van Doorn zowel geliefd als gehaat. Mooi dat er wel een plein naar hem genoemd is. Iets waar ik niet op hoef te rekenen. En wat betreft het bij thuiskomst kunnen zijn wie ik ben, is een ware worsteling.

Mijn therapeut heeft het maar over het pellen van een ui. En ondanks dat ik me rot pel verwonder ik me dat er nog zoveel overblijft. Ik hervind de aspecten in mijn leven waarvan ik geniet en die mij enthousiasmeren. Ze geven mij positieve energie. Ik besef mij steeds meer dat ik ook buitenbeeld besta.

In de echte wereld staan

Geplaatst op Geupdate op

Ik doe wat ik in mijn kop heb. Ik ben flink eigenwijs. Ik kan kriegelig worden als ik niet kan doe wat ik wil. Ik hoef geen concessies te doen. Ik maak best vaak fouten. Natuurlijk. Maar dat vind ik niet zo erg. De nadelen wegen niet op tegen de voordelen van je eigen gang kunnen gaan.

Beslissingen nemen doe ik graag zelf, en snel. Ik kan in twee seconden iets oplossen waar een ander een week over doet. Dat is niet per se de goede oplossing, maar gemiddeld genomen werkt het heel goed. Mensen maken dingen nodeloos ingewikkeld, ik gebruik mijn boerenverstand. Doe impulsief wat ik denk dat goed is.

Die impulsiviteit leidt tot chaotische uitingen. God zegen de greep. Voor zover er al een lijn in mijn verhalen zit, raak ik die kwijt tijdens het schrijven.  stier

Het schrijven vind ik het leukste wat er is. Voor een schrijfbui heb ik het psychologisch zwaar. Dat is niet ongewoon voor schrijvers. Ik krijg iets depressiefs. Die somberheid hoort er denk ik bij, het houdt mij in evenwicht. Ik besef dat het echt op mij neerkomt. Maar zodra ik ga schrijven, is het over. narrenmuts-los_groot

Het schrijven is voor mij een uitlaatklep. Als ik schrijf, klimt mijn ‘hofnar’ op mijn schouder en fluistert in mijn linkeroor en stimuleert mij op logisch te denken, op feiten te reageren, mij op details te wijzen, patronen te zien en te ordenen en tenslotte in de echte wereld te gaan staan.

Levenskracht

Geplaatst op Geupdate op

levenskracht

Het is alweer een tijd je geleden dat ik weer eens voor de spiegel stond te scheren. Meestal doe ik dit onder het lezen van een krant, voor de tv of in de keuken onder het genot van een zwaaibakje. Ik keek naar mezelf en ineens drong het tot mij door dat ik mijzelf met de ogen van ‘nu’ bekeek. Mannen zoals ik blijven altijd naar zichzelf kijken alsof ze nog achttien zijn. Althans zich zo voelen. Plots zag ik mijn vader.

Jaren geleden, mijn vader was ziek. Net terug uit het ziekenhuis had hij nauwelijks kracht om op te staan, laat staan zichzelf te wassen of te scheren. In het weekend kwam ik thuis om de zorg over te nemen van mijn moeder. Het was geen vraag, ik deed het gewoon. Eerst in bad, lekker wassen en drogen. Daarna scheren. De huid was dan lekker soepel. Mijn vader schoor zich elektrisch. Van hem heb ik mijn eerste scheerapparaat gekregen toen ik veertien was. Ik heb het snoerloze apparaatje nog steeds en gebruik het in de auto. Ik ben een slordige scheerder. De vergeten hoekjes scheer ik dan onderweg naar een afspraak nog even bij. Op een bepaald moment pakte mijn vader mijn hand vast. Zachtjes probeerde hij mee te drukken. Samen bewogen we het scheerapparaat over zijn zachte huid. Langzaam maar zeker nam zijn kracht toe en kon hij zichzelf weer scheren. Ik bewonderde zijn levenskracht.