| Jan Prakje

De stoarm gûlt en skourt en raemt.
De beammen op it westein under St Nyk lizze der plat foar.
Fan de mânske pleatsen falt hjir en der in dakpanne ôf.
En der is mar ien dy ’t der net wekker fan wurdt en dat is Jan.

[Hylke Speerstra – 1967]

(Vertaling)
De storm huilt, schuurt en rukt.

De bomen aan het Westeinde onder Sint Nicolaasga buigen diep.
Van de manshoge boederijen waait hier en daar een dakpan.
En er is maar een die daar niet wakker van wordt en dat is Jan.

Uit mijn schetsboek | Door Fré Joustra – Leeuwarder Courant (+/- 1992)

Op een warme dag in juni was hij op pad in de buurt van Akmarijp. Hij vatte het plan op een tamelijk afgelegen boerderij met zijn bezoek te vereren. Het pad dat naar de hoeve leidde was slecht begaanbaar. Overal staken scherpe stenen naar boven. Maar Jan de Jong, gewend om op zulke paden te lopen, ontweek die obstakels handig. Toen hij bij de achterdeur ‘volk’ riep, duurde het even voordat de meid te voorschijn kwam. Toen ze de koopman daar zag staan kwam er eensklaps een trek van afgrijzen op haar gelaat en met schelle stem riep ze dat er een schooier aan de deur was. Vanuit de keuken kwam een barse vrouwenstem die riep: ‘Zeg maar dat hij moet opdonderen, we houden hier niet van bedelaars’. Jan de Jong heeft zijn tas die hij al geopend had dicht gedaan en heeft zich zonder een woord te zeggen verwijderd. De man was gewend aan menselijke wreedheden. De behandeling die hij daarnet ondergaan had, deed hem echter wel besluiten het dorp te verlaten.

Hij sloeg de weg naar Snikzwaag in. In de verte zag hij een klein meisje aan komen fietsen. De schrik sloeg hem om het hart toen hij zag dat het meisje plotseling met haar fiets omviel. Toen bleek dat het kind op de weg bleef liggen heeft Jan de Jong zich gehaast. Het meisje kon niet meer staan, kennelijk had ze haar enkel verstuikt. Jan de Jong heeft haar op het zadel van de fiets gehesen, zijn tassen aan het stuur gehangen en het kind zo voortgeduwd.

Toen hij haar even later vroeg waar ze woonde en zij op de boerderij  wees waar hij zojuist onmenselijk was ontvangen, heeft de man even stil gestaan. Het pijnlijke gezicht van het meisje deed hem echter besluiten door te lopen. Nu hij de fiets met daarom het kind moest voortduwen, kon hij de scherpe stenen in het pad niet ontwijken. Als messen staken ze door zijn dunne schoenzolen. Voor de tweede maal in korte tijd riep hij bij de achterdeur ‘volk’. Hij heeft het kind op de drempel neergezet en maakte meteen rechtsomkeert. Halverwege het pad hoorde hij de boerin roepen, maar zonder omkijken is hij doorgelopen.

Jan de Jong was een bekend figuur op de Friese wegen. Een man die doorgaans door de mensen werd ontvangen naar het kleed dat hij droeg. Hij zou er recht op hebben dat hem uitgeleide is gedaan naar de geest die hij heeft getoond.

Langs Heerenwegen

jan-prakje-all-over-the-world

Gepubliceerd op 16 sep. 2016 | YouTube

One artist made a tribute to Jan Prakje. Jan Prakje was a hobo, a tramp but you can see his portrait everywhere over the whole world. More than 20000 portraits are exhibited on many street corners.