Meest Recente Evenementen Updates

Album hoes | Larrainville

Geplaatst op Geupdate op

Lorrainville-albumcover

Lorrainville is een Nederlandse band, met onder meer muzikant Erik Nijmeijer, die begin 2011 is ontstaan nadat producer Guido Aalbers op Facebook het online spel “Make your own album cover” speelde.

De naam van de band werd gevonden op Wikipedia, de naam van het album komt van quotationspage.com en een hoes werd gevonden op Flickr.

Een van deze zelfontworpen albumhoezen was Lorrainville, ontworpen door producer Guido Aalbers. Hij besloot er een echte band van te maken. Voor een niet bestaande band en het niet bestaande album “You May Never Know What Happiness Is” meldden zich in een paar uur tijd bevriende muzikanten en andere creatievelingen aan om het album daadwerkelijk te maken.

De plaat is geen commercieel project. Iedereen werkt mee voor zijn eigen plezier/uitdaging. Het album wordt geen verzamelalbum. De hoes wordt gebruikt als inspiratiebron. “You May Never Know What Happiness Is” wordt een melancholische singer/songwriter-plaat met invloeden van Americana met als referenties het rustigere werk van Ryan Adams, Elliott Smith en Ray LaMontagne.

Eén van de muzikanten is Peter Slager, de bassist van BLØF. Ook Bertolf en Anneke van Giersbergen (The Gathering) hebben aan het album meegewerkt.

Het album werd op 25 november 2011 uitgebracht. Lorrainville was winnaar van de speciale jury prijs bij Edison Pop 2013.

Tot ik boven ben

Geplaatst op Geupdate op

crawling up the wall

liefde doet groeien
en mijn bladeren kleuren
tot ik boven ben

Kennis wordt wijsheid

Geplaatst op Geupdate op

Een haiku wordt wel het bonsaiboompje van de poëzie genoemd: een uit Japan afkomstig en flink klein gesnoeid gedicht.  Een Haiku is een Japans gedichtje bestaande uit precies 17 lettergrepen. De eerste regel bestaat uit 5 lettergrepen, de tweede uit 7 en de laatste wederom uit 5 lettergrepen.

vers van drie re-gels
z
e-ven-tien let-ter-gre-pen
vijf ze-ven en vijf

Een haiku gaat meestal over de natuur. In Japan waren de haiku’s vooral bedoeld als meditatiepoëzie. Ze werden geschreven voor de religieuze natuurbeleving van het zenboeddhisme. Bij deze religie vind men dat er geen tegenstelling is tussen de mens en de natuur. De mens ís de natuur. Een haiku was dus ook bedoeld om tot bezinning, meditatie te komen. Het gaat dus eigenlijk niet om de natuurbeschouwing zelf, maar om het inzicht die je door de natuur kunt krijgen.

Verder wordt de dichtvorm haiku vaak ook gebruikt om een bepaald humoristisch effect te bereiken. Dit wordt dan een senryu genoemd.

 “Het schrijven van haiku’s is voor mij woordpuzzelen,
waarbij ik ‘van lieverlee verzamelde kennis’ omzet in wijsheid.
Haiku’s zijn voor mij gesmolten herinneringen
die de vrijgekomen energie opnieuw laat stromen”

Buiten beeld

Geplaatst op Geupdate op

buiten-beeld

Hé daar heb je hem ook weer. Terug van weggeweest lijkt het wel. Maar dat klopt natuurlijk niet, hij is er gewoon al die tijd gewoon geweest. Hij was even niet in mijn beeld. Ik heb hem dus een tijd niet gezien. Maar hij was er wel! Wereldvreemd als ik ben denk ik dat als ik iemand een tijdje niet zie, hij ook daadwerkelijk ophoudt van bestaan. Net als in het kiekeboespel wat ik met mijn kinderen speelde. Als je achter de handdoek was verdwenen, bestond je gewoon niet meer. Tot je met een grote glimlach en een luide kreet te voorschijn kwam. De verwondering, er is niks mooiers.

En nu is hij er weer. Op de TV. Als opa van Gerrit in de musical Ja zuster, nee zuster, Siemen de postbode. ‘Nee, ik kan niet. Ik moet werken, daarom’. Wat een flaporen heeft ie. Het is een soort handelsmerk. Zou ik niet moeten doen, mij zo focussen op uiterlijk. Ik weet niet eens hoe hij echt heet. Voor hem misschien maar een geluk. Zo kan hij zijn rol los laten en toch nog een naam hebben en zijn wie hij is.

Ik zelf zit midden in mijn midlifecrisis en worstel met alle rollen die ik speel. Rollen die mij helpen, me verder te brengen, mij moed geven, een alibi of een harnas. En nu moet ik leren mijn rollen los te laten, geen naam meer te hebben en te zijn wie ik ben. De rollen te laten versmelten tot één. Moeilijk hoor, want ik speel wat rollen.

Pleaser, amuser, entertainer, betweter, enthousiasmeur, optimist, alles behalve fanatiek, zeg maar van nature lui, maar vooral een selfkicker. Je weet wel zo iemand als Johnny the Selfkicker. De man die met een onwaarschijnlijke grenzeloosheid het leven probeerde terug te brengen naar zijn oorsprong: als je er bent, ben je er en ben je wie je bent. En dat is een kunst.

Als kunstenaar was Johnny van Doorn zowel geliefd als gehaat. Mooi dat er wel een plein naar hem genoemd is. Iets waar ik niet op hoef te rekenen. En wat betreft het bij thuiskomst kunnen zijn wie ik ben, is een ware worsteling.

Mijn therapeut heeft het maar over het pellen van een ui. En ondanks dat ik me rot pel verwonder ik me dat er nog zoveel overblijft. Ik hervind de aspecten in mijn leven waarvan ik geniet en die mij enthousiasmeren. Ze geven mij positieve energie. Ik besef mij steeds meer dat ik ook buitenbeeld besta.

In de echte wereld staan

Geplaatst op Geupdate op

Ik doe wat ik in mijn kop heb. Ik ben flink eigenwijs. Ik kan kriegelig worden als ik niet kan doe wat ik wil. Ik hoef geen concessies te doen. Ik maak best vaak fouten. Natuurlijk. Maar dat vind ik niet zo erg. De nadelen wegen niet op tegen de voordelen van je eigen gang kunnen gaan.

Beslissingen nemen doe ik graag zelf, en snel. Ik kan in twee seconden iets oplossen waar een ander een week over doet. Dat is niet per se de goede oplossing, maar gemiddeld genomen werkt het heel goed. Mensen maken dingen nodeloos ingewikkeld, ik gebruik mijn boerenverstand. Doe impulsief wat ik denk dat goed is.

Die impulsiviteit leidt tot chaotische uitingen. God zegen de greep. Voor zover er al een lijn in mijn verhalen zit, raak ik die kwijt tijdens het schrijven.  stier

Het schrijven vind ik het leukste wat er is. Voor een schrijfbui heb ik het psychologisch zwaar. Dat is niet ongewoon voor schrijvers. Ik krijg iets depressiefs. Die somberheid hoort er denk ik bij, het houdt mij in evenwicht. Ik besef dat het echt op mij neerkomt. Maar zodra ik ga schrijven, is het over. narrenmuts-los_groot

Het schrijven is voor mij een uitlaatklep. Als ik schrijf, klimt mijn ‘hofnar’ op mijn schouder en fluistert in mijn linkeroor en stimuleert mij op logisch te denken, op feiten te reageren, mij op details te wijzen, patronen te zien en te ordenen en tenslotte in de echte wereld te gaan staan.

Levenskracht

Geplaatst op Geupdate op

levenskracht

Het is alweer een tijd je geleden dat ik weer eens voor de spiegel stond te scheren. Meestal doe ik dit onder het lezen van een krant, voor de tv of in de keuken onder het genot van een zwaaibakje. Ik keek naar mezelf en ineens drong het tot mij door dat ik mijzelf met de ogen van ‘nu’ bekeek. Mannen zoals ik blijven altijd naar zichzelf kijken alsof ze nog achttien zijn. Althans zich zo voelen. Plots zag ik mijn vader.

Jaren geleden, mijn vader was ziek. Net terug uit het ziekenhuis had hij nauwelijks kracht om op te staan, laat staan zichzelf te wassen of te scheren. In het weekend kwam ik thuis om de zorg over te nemen van mijn moeder. Het was geen vraag, ik deed het gewoon. Eerst in bad, lekker wassen en drogen. Daarna scheren. De huid was dan lekker soepel. Mijn vader schoor zich elektrisch. Van hem heb ik mijn eerste scheerapparaat gekregen toen ik veertien was. Ik heb het snoerloze apparaatje nog steeds en gebruik het in de auto. Ik ben een slordige scheerder. De vergeten hoekjes scheer ik dan onderweg naar een afspraak nog even bij. Op een bepaald moment pakte mijn vader mijn hand vast. Zachtjes probeerde hij mee te drukken. Samen bewogen we het scheerapparaat over zijn zachte huid. Langzaam maar zeker nam zijn kracht toe en kon hij zichzelf weer scheren. Ik bewonderde zijn levenskracht.

Lijkenpikkers

Geplaatst op Geupdate op

Amper overleden, had de overledene de benen genomen. Het lijk was weg. Opgehaald door een uitvaartverzorger? Wie kon het verklaren? Daar had het ziekenhuispersoneel geen idee van. Ze dachten dat de familie het zo had geregeld. Het afdelingshoofd wist nog wel te vertellen dat er nog vóór vader was overleden, er ook al een uitvaartverzorger zich had gemeld. Deze was later gesignaleerd in het restaurant. Slapend, met zijn hoofd op de tafel.

En ook ruim tien minuten nadat vader was opgehaald, had zich nog een uitvaartverzorger gemeld. Het was niet dezelfde persoon als die nu nog lag te slapen in het restaurant. De dienstdoende verpleegkundige had dit zelf geconstateerd.

Geef je een vermissing van een lijk aan bij de politie? Ze zien je aankomen. “Onze overleden vader is zoek of gekidnapt of misschien wordt hij wel gegijzeld? Tja, hoe zeg je dat?”. De politie zou onmiddellijk vragen of dit tegen de wil van vader is gebeurd. Het antwoord zou ja zijn geweest. Hij zou zich met hand en tand hebben verzet. Veel zou dat niet geweest zijn. Want ja, er zat niet zoveel leven meer in.

Het was de uitvaartverzorger van De Twee Spaden die telefonisch contact opnam met de familie. Hij had vader die ochtend opgehaald uit het ziekenhuis en tijdelijk opgebaard in zijn, hiervoor speciaal ingerichte schuur. Maar nadat hij even weg was geweest om een kist te regelen, was vader weg. Of wij hem opgehaald hadden, was de vraag. Toen het antwoord ontkennend was, wist hij wel hoe laat het was. “Dan is uw vader weggehaald door Haan de Voorste, een nieuwe speler op de uitvaartverzorgingsmarkt.” Hij zou er achteraan bellen en de familie op de hoogte houden. Voor iemand nog iets kon zeggen, werd het gesprek beëindigd. Verbouwereerd bleef de familie achter. Wie had deze man opdracht gegeven vaders uitvaart te verzorgen? Of was het vader zelf die zijn verdwijning in scene had gezet.

106 was hij geworden, Ben Weg, vader van twaalf kinderen, opa van 28 kleinkinderen, overgrootvader van 11 achterkleinkinderen, weduwe van Yke, geboren Halen. Moeders was al ruim 10 jaar geleden overleden. Vader Ben heeft haar nog eigenhandig in de tuin begraven. Prachtig was het geweest. Alle kinderen met aanhang en de kleinkinderen waren erbij. Ze hadden zich nog verwonderd over de met zorg gegraven kuil en hoe mooi de zelf getimmerde kist naar beneden was gegleden. “Laat dat maar aan pa over”, hadden ze nog gezegd. “Wat zijn ogen zien, kunnen zijn handen maken.”

Natuurlijk stond de gemeente enkele dagen na de uitvaart of hoe het in zo’n geval ook mag heten, op de stoep. “Zij was toch geen huisdier?”, had de ambtenaar er uit geflapt. De familie had bij de gemeente een verzoek moeten indienen voor grondaanwijzing, artikel Wlb. En, als er aan de wettelijke voorschriften, artikel 5/6 Bwlb zou zijn voldaan, zou er begraven kunnen worden. Maar ja, dat had de familie niet gedaan.

Het was de heer Weg verder een worst dat ‘moeders’ opgegraven werd en op de openbare begraafplaats werd bijgezet. Maar hem zou dit niet overkomen. Hij had nadrukkelijk laten weten in eigen tuin te willen worden begraven in een wederom door hemzelf getimmerde kist. De kuil lag al ruim acht jaar klaar. Keurig afgedekt met een weersbestendige plaat ‘betonplex’. En ook de kist stond klaar.

Door de moordende concurrentie op uitvaartverzorgingsgebied, en dat klinkt wel heel morbide in deze tak van sport, was je als lijk niet meer veilig. Men kon niet wachten om je als lijk in te lijven. Zoals een stuurloos schip op zee of een autowrak op de snelweg door bergingsmaatschappijen of sleepdiensten werden geënterd of geborgen, zo snel worden ook de lijken binnen gesleept voor de uitvaarthandel. Je hebt er in deze tijd weinig meer over te vertellen wat er met je gebeurd als je overlijdt. Voor je het weet lig je in een met roze zijde beklede kist welke pijn doet aan je ogen qua protserigheid, is de overledene gekleed in een afzichtelijk pak uit de jaren nul, zo van de kringloop, en staat er een of andere stoethaspel het in memoriam uit te spreken ondersteund met muziek van Fransje Bauer. Niks tegen op Frans Bauer, maar als het je keus niet is, dan doet alle muziek je op zo’n moment zeer aan je oren.

Roze kist

De gemeente werd gebeld. Of zij achter de ontvoering van vader Weg zaten. Maar nee, dat was niet het geval. Maar door het telefoontje waren ze wel meteen op de hoogte van de vermoedelijke begraafplaats van de heer Weg. Uitvaartverzorger H. de Voorste melde zich bij de familie. Hij had vader zien staan en zich over hem ontfermd. Hij had vader uit de handen kunnen houden van twee louche uitvaartverzorgers die de markt probeerde te verzieken met hun agressieve manier van werken. “Het lijkt wel autohandel”, had hij geroepen. Alles was inmiddels in gereedheid gebracht en de familie werd over drie dagen verwacht op de openbare begraafplaats aan de Slotweg te Pleite. Als de familie hem nog een laatste groet wilde brengen, dan was een telefoontje genoeg om hen op te halen met de taxi van zijn neef. Alle kosten waren geregeld. Er was ruim voldoende budget. Dus als ze nog een bloemetje wilden bestellen met een mooi lintje erbij, ook dan was een belletje voldoende om zijn zus die bloemist is, de opdracht te gunnen. Alles voor de goede zaak.

Fersinsels, mar dochs donders wier!

Geplaatst op Geupdate op

Artikel De Zakenman

SINT NICOLAASGA – ,,Skriuw jo eigen ferhaal ris op papier.” Met het uitbrengen van zijn boek ‘Verzonnen waarheid’ hoopt Leonard Bouwhuis uit Sint Nicolaasga anderen te inspireren om zelf eens de pen te pakken, in plaats van een boek van de bibliotheek te lenen. ,,Der is gjin grins by skriuwen. Myn ferhalen binne fiksy, mar tagelyk ek donders wier.”

Met het schrijven van verhalen wil Leonard Bouwhuis zijn gevoelens en gedachten onder woorden brengen. In de bundel ‘Verzonnen waarheid’ staan levensloopverhalen, die volgens de Sint Nykster meer zijn dan het opsommen van feiten, gebeurtenissen en ervaringen. ,,De ferhalen bringe de lêzer yn kontakt mei de djippere lagen yn harsels. Sa is der in ferhaal oer in fûnling yn in polder, dy’t grutbrocht wurdt troch hjerringmiuwen. Sokskin fansels hielendal net, dochs sille in soad minsken dizze metafoor herkinne. De haadpersoan is yn in wrâld belanne, dy’t him net begrypt”, verklaart Bouwhuis.

,,Faaks binne ferhalen ek in stikje belibben. Hoe faker immen wat fertelt, hoe mear dat wierheid wurdt. Sa giet een diel fan it boek oer Jan Prakje, in reizgjende keapman dy’t ek wol yn Sint Nyk en omkriten kaam. Oer him geane in hiel soad ferhalen de rondte, mar wat is no wier en wat net?”. Het is voor Leonard Bouwhuis voor de eerste keer dat hij op deze manier een verhalenbundel uitbrengt. Wel schreef hij eerder gedichten. ,,En foar myn wurk as loopbaancoach, trou-amtner en sprekker by útfearten wit ik wol hoe’t ik dingen ûnder wurden bringe moat.”

Met zijn verhalenbundel hoopt Bouwhuis mensen te inspireren om verhalen te schrijven. ,,Op dizze wize leare jo herkennen wat josels en oaren beweegt. Boppedat set it oan ta erkenning, selsrefleksje, besinning en ferdjipping. Troch te skriuwen, kinno jo belibbenissen en herinnerings in plak jaan.”

De reacties op het boek zijn erg positief. ,,Guon ferhalen reitsje minsken of jout harren in glimke op it gesicht. Foar my is ek it foarwurd tige wichtich. Dêr ha ik Wibe Veenbaas foar frêge, hy is grûnlizzer fan Phoenix Opleidingen, in instituut op ûnder oare it mêd fan systemysk wurkjen. Ik ha yn 2011 in workshop by him folge en bin der grutsk op dat hy plan-út ja sein hat.”

Hondenbelasting!

Geplaatst op Geupdate op

Sinds hij er was komen wonen had hij zich geërgerd aan de hondendrollen. Hij had zich bij het lezen van de gemeentegids al verwonderd dat er geen hondenbelasting hoefde te worden betaald. Maar was in het daarop volgende voorlichtingsverhaal overtuigd dat de inwoners van de gemeente brave poepruimers waren en de drollen, zonder daar op aangesproken te hoeven worden, zouden opruimen. Nee dus. Niks van dat alles. De enkeling die wel met een onhandig boterhamzakje liep, waren uitzonderingen. En mensen met een heuse poepschep was hij in de negen maanden dat hij in het dorp woonde, niet tegengekomen. Wel op elke hoek van een wandelpad of een straat of buurt die door een ijverige gemeenteambtenaar was geïndiceerd als een hondenuitlaatplaats, stond er een poepcontainer. Zo eentje die je ‘met zonder handen’ kan openen om de drollen in te dumpen. Enorme containers zijn het. Dat moet jaren duren voor zo’n geval vol is en geleegd dient te worden. Logisch, had hij nog gedacht, het mag immers niks kosten in een gemeente waar geen hondenbelasting wordt betaald.

Zijn tuin aan de straatkant kenmerkte zich door het ontbreken van elke grensafscheiding dan ook. Vriendelijk, dacht hij, niet zo van mijn en dijn of ander al te nadrukkelijk territoriaal scheidingsgedrag. Maar wat kreeg hij daar een spijt van. Tijdens de bezichtiging van het huis had hij er niet op gelet hoe hondenrijk de buurt was. Wel hoe kinderrijk. Maar liefst twee basisscholen binnen een straal van 500 meter. Dat zou toch in indicatie moeten zijn voor weinig hondenpoep op straat. Met al die ouders die hun kinderen naar school wandelen. Maar ook dat was een misvatting. Eenmaal gesetteld, ontdekte hij dat zijn buurman links twee honden had en een buurman iets verder op een. Erger nog kwam hij er al snel achter, dat de straat waar hij aan woonde een doorgansweg was naar een aan de andere kant van de weg gelegen bos en uitlaatgebied.

Hij zwaaide hartelijk naar de passerende hondenuitlaters in de veronderstelling dat ze zijn vriendelijkheid zouden belonen met een sanitaire stoploze passage.  Maar ja. Hij was er niet gaan wonen om daarop toezicht te gaan houden. De buurman had hem inmiddels verzekerd dat zijn rashondjes van nature alleen op verhoginkjes in de natuur poepten. En aangezien zijn tuin geen oneffenheden vertoonde, hoefde hij niet in te zitten over het poepgedrag van de honden van de buurman. De andere buurman ging steevast rechtsom de straat uit en passeerde nimmer zijn huis.

De eerste maanden verliepen zonder irritaties tot hij een verzameling drolletjes op zijn grasmat vond.  Hij had niet direct te tijd gevonden om het op te ruimen en tot zijn schrik lagen er binnen enkele dagen drie hopen. Met een grashark schraapte hij de hoopjes van het perk en deponeerde ze in de molgoot, naast de stoep. De hele affaire bracht hem in opperste staat van paraatheid. Bij elke beweging vloog hij naar het raam om te kijken of hij een ‘heterdaadje’ kon waarnemen. Op een internetsite kocht hij een nep bewakingscamera en bevestigde deze op een strategisch punt. Met nepkabel en al. In de schuur timmerde hij een bord op een paal en beschilderde deze met de woorden: “Hond, ik vind je een leuk dier maar je baas is een viezerik” en “Laat je stront van je hond hier achter? Dan graag ook je adres. Ik lever het gratis bij je thuis af”. De grasmat werd er mee ontsierd maar zo dacht hij: “Het doel heiligt de middelen”.

Hondenpoep

Hij sprak vervolgens alle passerende hondenuitlaters aan, noteerde hun naam en het soort hond in een schrift en schatte in wat de kans was dat deze de dader zou kunnen zijn. In de kamer hield hij zo lang mogelijk het licht uit om onopgemerkt naar buiten te kunnen kijken en de hondenuitlaters te bespieden.

Niks hielp. Het leek wel een complot waarmee ze hem met hun hondenuitwerpselen bestookten . Hij bleef harken en de molgoot puilde algauw uit. Dus drapeerde hij de drollen op de stoep in de hoop dat iemand in zijn eigen hondenrollen zou gaan staan. Daarmee keerde hij het halve dorp tegen zich. De ouders van de basisschoolkinderen voorop. Terwijl die niet of nauwelijks over zijn stoep liepen en praktisch altijd de kinderen met de auto naar school brachten. Hoe hij het in zijn hoofd haalde dit soort sancties en belerend gedrag ten toon te spreiden. In deze hondvriendelijke gemeente verwachten ze een andere houding van hem. Hij liet het er niet bij zitten en verklaarde de hondenbezitters en hun overal maar schijtende viervoeters de oorlog. En kwam een echte camera met een scherm dat hij naast zijn tv liet monteren. Vierentwintig uur per dag maakte hij opnamen en keek ze steevast allemaal af. Hij monteerde een bewegingsmelder met aangekoppelde lamp die elke passant in het volle licht zette en vervolmaakte zijn waarnemingen qua uitlaatgedrag, tijden en gewoonten in zijn schrift.

Al snel stond de rechterlijke macht op zijn stoep om hem te vertellen dat hij niet zomaar een camera kon plaatsen en de beelden ongehinderd kon bekijken en bewaren. Hij werd gesommeerd deze weg te halen en de opgeslagen beelden te wissen. En wel onmiddellijk. Het afkijken van alle opnamen koste hem erg veel tijd en leverde hem niks op. Desondanks bleven de honden maar in zijn tuin, op zijn gras, hun behoefte doen. Een stuk in de dorpskrant gooide alleen maar meer olie op het vuur en bracht hem op het randje van waanzin.

Hij kocht een luchtbuks en posteerde zich op de eerste etage. Hij camoufleerde zijn positie en zijn geweerloop zorgvuldig. Ondanks dat werden zijn acties waargenomen en binnen de kortst mogelijk tijd werd het huis omsingeld met politie die hem onder schot namen en hem te kennen gaf zijn wapen weg te gooien en zich over te geven. Maar dat was hij geenszins van plan. Niet veel later kwam er versterking: politiehonden. De honden liepen los over zijn gazon en piesten en poepten naar hartenlust. Hij ging door het lint en schoot. Op dat moment kwamen gewapende agenten zijn slaapkamer binnen en schakelden hem uit. Er viel niet meer te praten.

It’s a small world afterall

Geplaatst op Geupdate op

Het zal in 1993 zijn geweest toen ik samen met mijn dochter naar Disneyland Parijs ben geweest. Moeders was thuisgebleven met haar pasgeboren broertje. Het bezoek aan Disneyland Parijs was een droom die in vervulling ging. Immers, zij is groot geworden met Disney. Boven haar wieg hing een blauwwitte pinguïn met een trekkoordje. Als je aan het koordje trok klonk het liedje It’s a small world after all. Eenmaal in het park aangekomen stevenden we gelijk af op het sprookjeskasteel. Klaar voor een ritje door één grote gelukzalige wereld, langs verschillende scenes van uit de hele wereld. Meer dan 300 geanimeerde poppen uit zo’n 100 verschillende plaatsen in de wereld. Allemaal het bekende liedje It’s a small world after all . . ‘ zingend. Tranen met tuiten. Onbeschrijfelijk. Een belevenis die je gelijk wil delen.

its-a-small-world-after-all

De camera werd tevoorschijn getoverd en er moest geposeerd worden. “Say cheese”. Een fotorol van maar liefst 36 foto’s moest voldoende zijn om een mooie impressie te geven van onze belevenissen. Dus stilzitten en lachen. Het zou nog ruim veertien dagen duren voor de foto’s waren afgedrukt. Bij thuiskomst moest de stormvloed aan verhalen en belevenissen geïllustreerd worden met de brochure van het reisbureau en de prachtige Mickey Mouse pet.

Negentien jaar later vertrokken ik met mijn dochter naar New York. Een bezoek aan ‘The big apple, the city that never sleeps’. Alleen de aankomst al is onbeschrijfelijk. Na een vlucht van ruim acht uur, vlogen we over Liberty Island en lag de stad met zijn imposante skyline voor ons. Daarna volgde vanaf Newark, een hectische rit naar de stad. Eenmaal in Penn Station aangekomen en tegen de stroom van de naar huis worstelende forenzen in, wisten we de uitgang te vinden. En daar stonden we dan tussen immens hoge gebouwen, rennende New Yorkers, met altijd haast, en honderden gele taxi’s. Eenmaal een beetje gewend, bezochten we het drukbezochte Statue of Liberty. mijn dochters vriendin Anne had haar laten weten dat zij met een banaan en een krant zich had laten fotograferen aan de voet van het beeld. De banaan verbeelde het vuur uit de fakkel en de krant de onafhankelijkheidsverklaring. Dus nog snel even wat bananen en een krant gekocht. De foto’s werden gemaakt en niet veel later vanuit een Starbuckscafé via WhatsApp verstuurd.

Met een tijdverschil van zes uur viel Anne rond acht uur ’s avonds in Nederland van haar bank van het lachen en met een even groot tijdsverschil viel de mond van mijn dochters vriend in Port Elizabeth Zuid Afrika open. Ze reageerden direct. It’s a small world after all.